Resultaten Milieu

De footprint van gastransport

Voor het transport van aardgas is energie nodig, denk hierbij aan elektriciteit en aardgas. Deze energie gebruiken we om het gas op druk te houden en te transporteren door het transportsysteem en voor de kwaliteitsconversie van het aardgas. Het gebruik van deze energie veroorzaakt zowel directe als indirecte emissies. Verder emitteren we aardgas dat vrijkomt bij onderhoudswerkzaamheden, door kleine sluipende lekkages en het gebruik van apparatuur.

Gasunie rapporteert emissies volgens de regels van het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol) waarbij deze ingedeeld worden binnen een 3-tal groepen (scopes). Voor een uitgebreide definitie van de scopes en een nadere specificatie van de emissiebronnen verwijzen wij naar bijlage Overige data veiligheid, ketenverantwoordelijkheid en milieu.

Resultaten

CO₂-equivalenten volgens het Greenhouse Gas Protocol
Gasunie heeft programma's uitgewerkt om ook de doelstellingen voor 2030 te halen. Deze programma's worden jaarlijks uitgewerkt in jaarplannen.

Scope 2014 2015 2016 2017 2018
(in kiloton CO2-equivalenten)          
           
1 (direct gevolg van eigen bedrijfsactiviteiten) 379 343 307 260 255
2 (indirect gevolg van ingekochte energie) 164 239 317 270 165
3 (overige indirect gevolg bijv. ingekochte stikstof) 5 80 115 115 110
           
Totaal netto scope 1 + 2 + 3 548 662 739 645 530
           
Vergroening door GvO's     78 247 358
Totaal bruto scope 1 + 2 + 3 548 662 817 892 888

De totale CO2-equivalentemissie is in 2018 lager dan de emissie in 2017 (530 kiloton versus 645 kiloton). De verlaging van de CO2-equivalentemissie is met name het gevolg van de vergroening van ons elektriciteitsverbruik in de afgelopen drie jaar door de aankoop van Garanties van Oorsprong (scope 2 en 3). Daarnaast is ook het gasverbruik van onze eigen installaties afgenomen ten opzichte van 2017 door gemiddeld hogere temperaturen en minder H-gas vraag uit het buitenland (scope 1). 

In bijlage Overige data veiligheid, ketenverantwoordelijkheid en milieu is de realisatie met betrekking tot ons aardgasverbruik en elektriciteitsverbruik weergegeven.

Methaanemissies en energie
Aardgas bestaat voornamelijk uit methaan. Net als koolstofdioxide is methaan een broeikasgas. Wij berekenen de bijdrage aan het broeikasgaseffect in koolstofdioxide equivalenten, afgekort CO2-eq. Hierbij gaan we ervan uit dat 1 kg methaan 25 keer zoveel bijdraagt aan de klimaatverandering als 1 kg CO2. De Nederlandse overheid gebruikt deze factor ook, onder meer in een recent rapport van het RIVM over emissies in Nederland (Greenhouse gas emissions in the Netherlands 1990-2016, National Inventory Report 2018). De factor wordt ook wel Global Warming Potential (GWP) genoemd. Wij gebruiken 1990 als basisjaar omdat we de uitgangspunten van de Europese Unie (Europa 2020) volgen.

Voor Gasunie zijn de oorzaken van methaanemissie naar de lucht:

  • emissies veroorzaakt bij het starten en het stoppen van compressoren;
  • emissies van pneumatische apparatuur;
  • sluipende lekkages;
  • emissies bij werkzaamheden aan het transportnet.

Onze methaanemissies (scope 1) zijn in 2018 5.182 ton, iets hoger dan in 2017 (4.973 ton). De reden hiervoor is dat er meer gas is afgeblazen, om gas dat niet aan de specificaties voldeed, te kunnen verwerken. Daarnaast hebben de gas gedreven compressoren in Spijk en Wieringermeer meer draaiuren gemaakt als gevolg van de lagere productie uit het Groningenveld. Daardoor is er meer methaan geëmitteerd. In Duitsland zijn door marktomstandigheden de transportroutes van G-gas gewijzigd. Hierdoor is een van de compressorstations meer ingezet, wat heeft geleid tot hogere emissies.

Methaanemissies 2014 2015 2016 2017 2018
(in ton)          
Nederland 8 224  7 205  6 868  4 619  4 712 
Duitsland 265  598  384  354  470 
           
Totaal 8 489  7 803  7 252  4 973  5 182 

Ongeveer 4% van de door de mens veroorzaakte methaanemissies in Nederland is aan de energiesector toe te schrijven. Een kwart van deze 4% (1%) is afkomstig van het transportsysteem van Gasunie. Met dit transportsysteem vervoeren we ongeveer 40% van de Nederlandse energiebehoefte. De methaanemissie door Gasunie is circa 0,01% van het totaal getransporteerde volume aardgas in Nederland. Internationaal vergeleken is dat een laag percentage.

Hoe wij op onze milieu-impact sturen

We verminderen onze CO2-equivalent-footprint op drie manieren. Dit doen we via:

  • het reduceren van aardgasemissies (methaanemissies);
  • door efficiënter energiegebruik;
  • het vergroenen van ons energieverbruik door de aankoop van groencertificaten.

Onze ambities voor de CO2-footprintreductie zijn:

  • 2020: emissies die een direct gevolg zijn van onze eigen bedrijfsactiviteiten reduceren met 20% ten opzichte van het referentiejaar 1990 (124 kiloton).
  • 2030: tot en met 2030 gemiddeld jaarlijks 4% reductie van de emissies die een direct gevolg zijn van onze eigen bedrijfsactiviteiten. De reductie wordt telkens vergeleken met de emissies in de drie voorgaande jaren en zal in belangrijke mate worden gerealiseerd door het terugdringen van onze methaanemissie. De methaanemissie bedraagt in 2030 (omgerekend) maximaal 50 kiloton CO2-equivalenten. Met deze ambitie blijven wij Europees koploper op dit gebied.
  • 2050: onze infrastructuur is vanaf 2050 volledig CO2-neutraal.

Om er voor te zorgen dat we in relevante bedrijfsprocessen rekening houden met het milieu, hebben we ons milieuzorgsysteem ingericht volgens de internationale standaard, de ISO 14001-norm. Elk jaar wordt de werking van ons milieumanagementsysteem in Nederland door een extern auditbureau gecontroleerd. In 2018 leidde de externe audit van de ISO 14001:2015 tot continuering van het certificaat.

Maatregelen om de footprint te verminderen

Wij willen de komende jaren onze footprint verder terug brengen. We nemen daarom maatregelen waarmee we het energieverbruik verlagen en methaanemissies proberen te voorkomen:

1. Leak Detection And Repair (LDAR)-programma
Een deel van de  methaanemissies wordt veroorzaakt door kleine lekkages bij verbindingen en appendages. Het opsporen van deze lekkages is complex vanwege de grote aantallen stations en de lengte van het transportsysteem.
We hebben een LDAR-programma opgezet met als doel de lekken op te sporen, vast te stellen hoeveel er lekt en te repareren. We maken hierbij gebruik van de NEN-EN 15446 meetmethode die is ontwikkeld door het 'Environmental Protection Agency' (EPA).
Gasunie past LDAR toe op verschillende Gasunie-locaties zoals: compressorstations, gasontvangstations, meet- en regelstations en hoge druk afsluiterlocaties.

2. Emissiereductie bij het gasvrij maken van leidingen en bij compressie
Hercompressie: wij gebruiken al enige jaren een mobiele hercompressie-unit waarmee we gas, dat anders zou moeten worden afgeblazen, hercomprimeren en in een andere leiding overbrengen. Zo hoeven we minder gas af te blazen. In 2018 hebben we 4,2 miljoen m3(n) aardgas gehercomprimeerd, waarmee we een uitstoot van circa 61 kiloton CO2-equivalenten hebben voorkomen. We hebben in 2018 naar schatting ongeveer € 1,0 miljoen bespaard op aardgaskosten door de inzet van de mobiele hercompressor.

Gasvrij maken van een leiding door middel van stikstof: een andere manier om het afblazen van gas uit een leiding te voorkomen is verdringing met stikstof waarbij het gas wordt overgebracht in een andere leiding. Recente proeven in het gastransportnet van Gasunie tonen aan dat dit een veelbelovende techniek is. 

Flare (affakkelen): naast hercompressie flaren we ook gas. Dit gebeurt door de inzet van een mobiele flare-installatie. De milieubelasting door flaren, waarbij het aardgas wordt verbrand, is lager dan wanneer het gas wordt afgeblazen. In 2018 is ongeveer 373.000 m3n aardgas geflared. Ten opzichte van het afblazen is dit een milieuwinst van 4,8 kton CO2-equivalenten.

3. Emitterende regelapparatuur
In 2018 is het besluit genomen te stoppen met de renovatie van onze meet- en regelstations. Hierdoor zal een deel van de emitterende regelapparatuur niet zoals verwacht vervangen worden door niet-emitterende apparatuur. We onderzoeken de mogelijkheden van een alternatief programma om deze emitterende regelapparatuur op lucht te zetten of elektrisch aan te sturen.

4. Vergroenen van eigen elektriciteitsverbruik
We vergroenen ons elektriciteitsverbruik door de aankoop van 'Garanties van oorsprong (GVO's)'. In 2018 hebben we GVO's van Europese windmolenparken aangekocht. Met deze aankoop is ongeveer 60% van het elektriciteitsverbruik vergroend. Gasunie Duitsland heeft haar elektriciteitsverbruik voor 100% vergroend.

5. Emissies door kwaliteitsconversie
Sinds het kabinetsbesluit om het winningsniveau van het Groningenveld te verlagen, is onze inzet van kwaliteitsconversie in Nederland gestegen van 5,7 miljard m3 in 2013 naar 28,9 miljard m3 in 2018. Als gevolg daarvan is de stikstofinkoop in 2018 ten opzichte van 2017 wederom toegenomen. Door de afname van de productie uit het Groningenveld wordt steeds meer hoogcalorisch gas ingekocht dat vervolgens op de juiste kwaliteit moet worden gebracht. Deze kwaliteitsconversie vindt plaats met zelfgeproduceerde stikstof (scope 2) en stikstof dat bij derden wordt ingekocht (scope 3). Voor de productie van stikstof is energie (elektriciteit) nodig. In scope 3 worden de CO2-equivalenten als gevolg van het ingekochte stikstof meegenomen. In 2018 hebben we circa 50,5% elektriciteit groen ingekocht (ongeveer 111 kton CO2-equivalent) voor de productie van stikstof bij derden.

Transparantie

Door communicatie op verschillende niveaus trachten wij een zo transparant mogelijk beeld te geven van de emissies die door Gasunie worden veroorzaakt. Dit doen we onder andere door verantwoording via elektronische milieujaarverslagen, rapportages naar de Nederlandse Emissie autoriteit (NEa) en onze jaarverslagen.

We kijken daarbij naar alle typen emissies die in de gasinfrastructuur kunnen voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn sluipende lekkages, emissies als gevolg van het afblazen van gas door onderhoud en het starten en stoppen van gascompressoren. Ook de emissies van pneumatische componenten (onderdelen van het gastransportsysteem die gedurende de werking gas emitteren) zijn in de rapportages meegenomen.

Bijdrage aan de Sustainable Development Goals

Vanuit ons materiële thema 'Methaanemissie' dragen wij bij aan de Sustainable Development Goals.

Wij dragen bij aan SDG Wij dragen bij aan subdoelstelling
  • 13.2 Maatregelen inzake klimaatverandering integreren in nationale beleidslijnen, strategieën en planning.
Onze activiteiten Resultaten
  • Participeren ontwikkeling duurzame energie
  • Verkleinen van onze eigen footprint
  • Bewustzijn van CO2-uitstoot
  • Platform Groene Netten wil footprint infrabedrijven verkleinen door kennisoverdracht en samenwerking
  • Eigen footprint door emissiebeperking
  • Uitbreiding LNG mogelijkheden
  • Managen impact op klimaat door samenwerking en optimalisatie van emissies