Financiële resultaten

Gerapporteerde kerncijfers

Gerapporteerde kerncijfers
  2018 2017
In € miljoenen    
     
Opbrengsten 1 247  1 241 
Totale lasten ‑916  ‑910 
     
Bedrijfsresultaat 331  331 
Financiële baten en lasten ‑74  ‑79 
Resultaat deelnemingen 61  47 
     
Resultaat voor belastingen 318  299 
Belastingen ‑42 
     
Resultaat na belastingen 325  257 

Opbrengsten

De opbrengsten zijn in 2018 met € 6 miljoen gestegen ten opzichte van vorig jaar. Het aandeel van de BBL is € 7 miljoen gestegen vanwege extra omzet uit capaciteitsveilingen. De gereguleerde omzet is ongeveer gelijk gebleven. De tarieven zijn weliswaar gedaald, maar de verkochte capaciteit is ongeveer evenveel gestegen (circa € 30 miljoen).

Bedrijfsresultaat

Ons bedrijfsresultaat is  gelijk aan vorig jaar. Binnen het bedrijfsresultaat zien we echter een aantal belangrijke ontwikkelingen in de vergelijking tussen 2018 en 2017. De energiekosten voor het gastransport zijn € 22 miljoen gestegen ten opzichte van 2017. Deze stijging heeft te maken met een toename van de import van H-gas en de daarbij benodigde inzet van stikstof voor de conversie naar laagcalorisch gas. Dit maakt een verdere daling van de productie uit het Groningenveld mogelijk. Daarnaast spelen de koude winterperiode en de gestegen energieprijzen een belangrijke rol in de toename van de energiekosten.

In 2018 hebben we een voorziening getroffen voor een vrijwillige vertrekregeling en de afkoop van een aantal arbeidsvoorwaardelijke regelingen. Het effect van deze regelingen op de operationele kosten bedraagt € 82 miljoen. Daarnaast heeft een GTS klant onbalans in het systeem veroorzaakt. De klant heeft gas uit het GTS systeem onttrokken, maar kwam de bijbehorende verplichtingen om te zorgen voor nieuwe invoer niet na. Hierop heeft GTS zelf gas ingekocht, maar de klant heeft de factuur hiervoor niet betaald. Daarom is een voorziening dubieuze debiteuren getroffen voor € 16 miljoen.

We hebben verder één compressor versneld afgeschreven omdat deze (tijdelijk) buiten gebruik is gesteld. Daarnaast is een nieuw IT systeem voor de besturing van het gastransport in bedrijf genomen. Hierdoor zijn de afschrijvingskosten gestegen met € 9 miljoen ten opzichte van vorig jaar.

Daarnaast hebben we in 2017 een afwaardering van € 150 miljoen op ons gastransportnet in Duitsland gedaan. Deze afwaardering had een effect van € 117 miljoen negatief op het bedrijfsresultaat en van € 33 miljoen negatief op het resultaat deelnemingen.

Genormaliseerd voor de vrijwillige vertrekregeling en afkoopregelingen van arbeidsvoorwaarden in 2018 en de impairment in 2017, is het bedrijfsresultaat in 2018 € 35 miljoen lager dan in 2017. Dit lagere resultaat is grotendeels het gevolg van hogere energiekosten voor het gastransport (€ 22 miljoen) en de voorziening voor dubieuze debiteuren (€ 16 miljoen).

Resultaat na belastingen

Ons resultaat na belastingen is toegenomen met € 68 miljoen ten opzichte van vorig jaar. Deze toename van het resultaat is grotendeels het gevolg van een wijziging ten aanzien van het belastingtarief voor vennootschapsbelasting in 2020 en 2021 (€ 75 miljoen). Genormaliseerd, dus exclusief de bijzondere waardeverminderingen in 2017, de vrijwillige vertrekregeling en afkoop van een aantal arbeidsvoorwaarden in 2018 en de aanpassing van het belastingtarief neemt het resultaat na belasting af met € 57 miljoen. Dit lagere resultaat is grotendeels het gevolg van de hogere energiekosten (met name stikstof) voor het gastransport (€ 22 miljoen) en de voorziening voor dubieuze debiteuren (€ 16 miljoen).

De financiële lasten zijn lager dan vorig jaar. Deze afname wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de aflossing van een obligatielening van € 750 miljoen in Q1 2017, waarvan het volledige effect zichtbaar wordt in 2018. Exclusief de bijzondere waardevermindering in 2017, is ons resultaat deelnemingen gedaald met € 19 miljoen (zie de genormaliseerde kerncijfers). Deze daling ontstaat doordat in 2017 de boekwinst bij de verkoop van ICE Endex (€ 19 miljoen) was opgenomen. De uitkering van een deel van het dividend van Nordstream (ca € 20 miljoen) is verschoven van 2018 naar 2019.

Genormaliseerde kerncijfers

Genormaliseerde kerncijfers
  2018 2017
In € miljoenen    
     
Opbrengsten 1 247  1 241 
Totale lasten *) ‑834  ‑793 
     
Bedrijfsresultaat 413  448 
Financiële baten en lasten ‑74  ‑79 
Resultaat deelnemingen *) 61  80 
     
Resultaat voor belastingen 400  449 
Belastingen ‑89  ‑81 
     
Resultaat na belastingen 311,3  368 

*) Genormaliseerd voor de afkoop- en vertrekregeling (€ 82 mln) en aanpassing tarieven vennootschapsbelasting in 2020 en 2021 (€ 75 mln). De 2017 cijfers zijn genormaliseerd voor impairment (€ 150 miljoen)

Investeringen

In 2017 is Gasunie Deutschland voor 16,5% partner geworden in het pijpleidingproject EUGAL. Dit is een meerjarig investeringsproject waarbij een pijpleiding van 485 kilometer wordt aangelegd in Duitsland. De totale investeringswaarde voor Gasunie Deutschland bedraagt circa € 475 miljoen, waarvan circa € 165 miljoen is gerealiseerd ultimo 2018.

We zijn gestart met de voorbereidingen van de bouw van een nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek. Hierdoor kan de inzet van kwaliteitsconversie worden vergroot en de gaswinning in Groningen verlaagd. De nieuwe installatie zal naar verwachting in het eerste kwartaal van 2022 in gebruik worden genomen. De verwachte investeringen bedragen circa € 500 miljoen, waarvan € 34 miljoen is gerealiseerd ultimo 2018.

De nadruk blijft de komende jaren liggen op correctief onderhoud van ons bestaande gastransportnetwerk en overige bedrijfsmiddelen. De vervangings- en onderhoudsinvesteringen zullen naar verwachting de komende jaren afnemen als gevolg van een herijking van het meerjarig vervangingsprogramma van GTS. In 2018 bedroegen deze € 115 miljoen.

Door nieuwe initiatieven op het gebied van duurzame energie zullen onze investeringen in business development naar verwachting in de komende jaren toenemen. Het verwachte bedrag aan investeringen voor business development bedraagt in 2019 circa € 20 miljoen.

Voor de komende 3 jaar verwachten wij, als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen, een investeringsniveau tussen de € 400 en € 550 miljoen. In 2018 bedroeg het investeringsniveau € 380 miljoen.

Financiële vooruitzichten

We verwachten dat het genormaliseerde bedrijfsresultaat voor de komende jaren zal stijgen in vergelijking met 2018. De tariefdalingen in de toegestane opbrengsten zullen de komende jaren meer dan gecompenseerd worden door regulatoire verrekeningen en het in gebruik nemen van nieuwe leidingen. Daarnaast verwachten we in de 1ste helft van 2019 een aanzienlijke uitstroom van medewerkers, waardoor de operationele kosten zullen dalen. Het netto resultaat uit reguliere bedrijfsactiviteiten zal de komende jaren naar verwachting € 40 miljoen tot € 60 miljoen hoger uitkomen dan het genormaliseerde netto resultaat van dit jaar.

Regulering netbeheerders

De omzet van de netbeheerders in Nederland en Duitsland is gereguleerd. De tarieven die we aan onze klanten in rekening brengen worden jaarlijks vastgesteld door de toezichthouders. De toezichthouder in Nederland is de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en in Duitsland de Bundesnetzagentur (BNetzA).

Regulatoire verrekeningen

Zowel in Nederland als in Duitsland geldt een systeem van omzetregulering: de tarieven worden bepaald door de toegestane omzet voor het betreffende jaar te delen door de geschatte omvang van de capaciteitsboekingen. De toegestane omzet bestaat uit een kapitaalkostenvergoeding voor het geïnvesteerd vermogen, een vergoeding voor de jaarlijkse afschrijvingskosten (berekend op basis van de door de toezichthouder vastgestelde afschrijvingstermijnen en activawaarde) en een vergoeding voor de operationele kosten.

Wanneer de behaalde omzet afwijkt van de toegestane omzet, wordt het verschil in omzet verrekend in volgende jaren. Onder de huidige IFRS regels is het niet toegestaan om regulatoire verrekeningen als vordering of schuld in de balans te verantwoorden. Als gevolg hiervan vindt verantwoording van regulatoire verrekeningen onder IFRS niet plaats in het jaar waarin ze zijn ontstaan, maar in het jaar waarin de verrekeningen in de tarieven plaatsvinden. Dit leidt tot timingsverschillen tussen IFRS en het regulatoire verdienmodel die periodieke impairments tot gevolg kunnen hebben.

In de Duitse regulering is bepaald dat netbeheerders tijdens de bouwfase van een uitbreidingsinvestering al een investeringsvergoeding krijgen. Na ingebruikname van de investering dient deze investeringsvergoeding terug betaald te worden over een periode van 20 jaar. Deze terugbetaling vindt plaats door middel van verrekening in de tarieven. Nominaal is deze regeling neutraal, echter door het naar voren halen van de investeringsvergoedingen ontstaat een positief nettocontante waarde-effect. Gasunie Deutschland heeft in de afgelopen tien jaar grote uitbreidingsinvesteringen gedaan en heeft hiermee forse investeringsvergoedingen naar voren weten te halen. Het zwaartepunt van de terugbetaalverplichting ligt in de periode vanaf 2023 met een aanzienlijke opbrengstendaling tot gevolg. De voor dit effect genormaliseerde opbrengsten vertonen echter een stabiel patroon.

In onderstaande overzichten is de omzet gecorrigeerd voor regulatoire verrekeningen, als gevolg van afwijkingen tussen de toegestane en werkelijke omzet en energiekosten (ENF), weergegeven. Voorts is de omzet van Gasunie Deutschland gecorrigeerd voor ontvangen investeringsvergoedingen. Bijzondere verrekeningen, zoals verrekeningen als gevolg van beroepsprocedures, zijn in de onderstaande overzichten buiten beschouwing gelaten.

Gasunie Transport Services 2018 2017
In € miljoenen    
     
Opbrengsten op basis van IFRS grondslagen  932   929 
Dit jaar betaalde regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren  27  49
Toekomstig te ontvangen verrekening voor behaalde omzet/ENF (versus toegestane omzet-ENF) voor dit jaar  11  ‑6
Investeringsvergoedingen 0 -
     
Opbrengsten gecorrigeerd voor regulatoire verrekeningen 970 971

Gasunie Duitsland 2018 2017
In € miljoenen    
     
Opbrengsten op basis van IFRS grondslagen 220 224
Dit jaar betaalde regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren ‑6 3
Toekomstig te ontvangen verrekening voor behaalde omzet/ENF (versus toegestane omzet-ENF) voor dit jaar 22 36
Investeringsvergoedingen  ‑21  ‑20
     
Opbrengsten gecorrigeerd voor regulatoire verrekeningen 215 243

De genormaliseerde EBITDA gecorrigeerd voor bovengenoemde regulatoire verrekeningen (het onderliggende resultaat) bedraagt in 2018 € 759 miljoen (€ 814 miljoen in 2017) en is € 55 miljoen afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Deze afname wordt met name veroorzaakt door de effecten van de vrijwillige vertrekregeling en de afkoop van secundaire arbeidsvoorwaarden.

In de tarieven van 2018 is een bedrag verrekend van € 21 miljoen vanuit voorgaande jaren. Dit bedrag bestaat uit een negatieve verrekening van € 27 miljoen voor Gasunie Transport Services en een positieve verrekening van € 6 miljoen voor Gasunie Deutschland.

In 2018 bedraagt de afwijking tussen de toegestane omzet en energiekosten en de werkelijke omzet en energiekosten € 33 miljoen. Voor Gasunie Transport Services bedraagt dit verschil € 11 miljoen (minder opbrengsten/energiekosten dan toegestaan) en voor Gasunie Deutschland € 22 miljoen (minder opbrengsten/energiekosten dan toegestaan). Deze bedragen worden verrekend in de tarieven van de volgende jaren.

Gasunie Deutschland heeft in 2018 een bedrag van ca. € 22 miljoen aan investeringsvergoedingen ontvangen en € 1 miljoen terugbetaald. Het ontvangen bedrag zal in toekomstige jaren weer moeten worden terugbetaald.

De onderstaande overzichten tonen het verloop van de te verrekenen regulatoire vorderingen en schulden welke niet in de balans op basis van IFRS grondslagen zijn opgenomen. In de onderstaande overzichten zijn eveneens de bijzondere verrekeningen buiten beschouwing gelaten.

Overzicht van te verrekenen regulatoire bedragen 2018 2017
In € miljoenen    
     
Gasunie Transport Services    
     
Te verrekenen op 1 jan. ‑32 ‑75
Dit jaar betaalde regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren 27 49
Toekomstig te ontvangen verrekening voor behaalde omzet/ENF (versus toegestane omzet-ENF) voor dit jaar 11 ‑6
Investeringsvergoedingen 0 -
     
Te verrekenen op 31 dec. 6 ‑32
     
Gasunie Duitsland    
     
Te verrekenen op 1 jan. ‑39 ‑32
Dit jaar betaalde regulatoire verrekeningen ter compensatie van voorgaande jaren ‑6 3
Toekomstig te ontvangen verrekening voor behaalde omzet/ENF (versus toegestane omzet-ENF) voor dit jaar 22 36
Investeringsvergoedingen  ‑21  ‑20
     
Te verrekenen op 31 dec. ‑44 ‑13

In 2018 zijn de IMA’s voor het Eugal project met terugwerkende kracht toegevoegd. Dit verklaart het verschil tussen eindstand 2017 en beginstand 2018.

Ultimo 2018 dient een bedrag van € 38 miljoen te worden verrekend (schuld). Dit bedrag bestaat uit een te ontvangen bedrag voor Gasunie Transport Services van € 6 miljoen en een terug te betalen bedrag voor Gasunie Deutschland van € 44 miljoen, op basis van een best estimate. De definitieve verrekeningen worden uiteindelijk door de toezichthouders vastgesteld. In het onderstaande overzicht is dit bedrag gesplitst naar de perioden waarin de bedragen in de tarieven, en in de jaarrekening op basis van IFRS grondslagen, worden verrekend:

Te verrekenen bedragen naar looptijd ultimo 2018 Totaal 0-1 jaar 2-5 jaar > 5 jaar
In € miljoenen        
         
Gasunie Transport Services 6 ‑6 11 0
Gasunie Deutschland  ‑44   18   43   ‑104 
         
Totaal te verrekenen ‑38  12   54   ‑104 
         
waarvan te verrekenen investeringsvergoedingen  ‑120   ‑1   ‑15   ‑104 

Voor Gasunie Deutschland wordt in de komende reguleringsperiode (5 jaar) een bedrag van positief € 61 miljoen verrekend, in de daarop volgende periode (vanaf 2023) wordt een bedrag van negatief € 104 miljoen verrekend.

Financiering

Gasunie heeft onder andere als financieel doel om haar toegang tot de (internationale) geld- en kapitaalmarkt te waarborgen en te kunnen beschikken over een breed palet aan mogelijke financiële instrumenten. Het hebben van adequate credit ratings is hierbij essentieel. Gasunie voert daarom een financieringsbeleid dat er op gericht is zo goed mogelijk aan de financiële criteria te voldoen zoals die door de rating agencies gehanteerd worden. Het financiële beleid is gericht op het reduceren van financiële risico’s tegen minimale kosten. Afgeleide financiële instrumenten zoals swaps en derivaten worden alleen ingezet om risico’s te verkleinen en zijn uitdrukkelijk niet toegestaan met als doel speculatieve posities te creëren.

In oktober 2018 hebben wij een obligatielening van € 300 miljoen afgelost. Ten behoeve van deze aflossing is op hetzelfde moment een obligatielening uitgegeven van € 300 miljoen met een looptijd van 10 jaar tegen 1,46% rente.

Gedurende 2018 hebben we naast kortlopende deposito’s op de geldmarkt ook gebruik gemaakt van het Euro Commercial Paper (ECP) programma. Onze kortlopende leningen zijn gedurende 2018 toegenomen van € 281 miljoen naar € 356 miljoen. Deze toename wordt met name verklaard doordat de investeringsuitgaven  en de dividenduitkering hoger zijn dan de kasstroom uit operationele activiteiten.

Het totale bedrag aan rentedragende schuld kwam ultimo 2018 uit op € 3.499 miljoen, een verhoging van € 53 miljoen ten opzichte van ultimo 2017. De balanspost geldmiddelen en kasequivalenten bedroeg ultimo 2018 € 27 miljoen (ultimo 2017: € 41 miljoen). Onze netto schuldpositie (rentedragende schuld minus kasmiddelen) nam hierdoor in 2018 toe met € 67 miljoen tot € 3.472 miljoen.

De solvabiliteit is eind 2018 uitgekomen op 58%. De solvabiliteit is gedaald als gevolg van een afname van het eigen vermogen met € 65 miljoen en een toename van de netto schuldpositie.

Vooruitkijkend dient in november 2019 een obligatielening van € 300 miljoen te worden afgelost. Op basis van de huidige vooruitzichten verwachten we in 2019 nieuw krediet te committeren voor deze aflossing en onze uitbreidingsinvesteringen. In 2020 staan geen aflossingen gepland. In 2021 moet een obligatielening van € 800 miljoen worden afgelost.

Credit Ratings

Rating agency Standard & Poor’s heeft in 2018 onze lange termijn credit rating gehandhaafd op AA- met een stable outlook . De korte termijn rating bedraagt A-1+. Moody’s Investors Services heeft de outlook van onze lange termijn credit rating verhoogd van A2 positief naar A1 stabiel. Belangrijke redenen voor deze verhoging zijn: solide financieel profiel, duidelijkheid ten aanzien van regulatoir kader in de komende jaren en een belangrijke rol in het behalen van de Nederlandse energie doelstellingen. De korte termijn rating blijft op het hoogst mogelijke ratingniveau van P-1.

Belastingafdracht

Wij hebben in 2009 een zogenoemd ‘handhavingsconvenant’ gesloten met de Nederlandse Belastingdienst, waarin we onderlinge afspraken hebben vastgelegd. In lijn met dit convenant hebben wij intern een Tax Control Framework (TCF) ingericht, op basis waarvan we het fiscale beleid, de fiscale processen en de beheersmaatregelen opstellen en uitvoeren. Ons fiscale beleid is erop gericht om verschuldigde belastingen tijdig en overeenkomstig fiscale wet- en regelgeving te betalen in de landen waarin wij bedrijfsactiviteiten ontplooien.

In de volgende tabel hebben wij voor de belangrijkste belastingen weergegeven hoeveel belasting we hebben betaald en ingehouden.

Belastingafdrachten 2018 2017
     
Nederland    
vennootschapsbelasting 39 45
Omzetbelasting ‑27 64
Loonheffingen 69 68
Dividendbelasting 39 17
Totaal 120 194
     
Duitsland    
vennootschapsbelasting 52 25
Omzetbelasting 18 17
Loonheffingen 11 11
Totaal 81 53

Het verschil tussen de in 2017 en 2018 in Nederland betaalde dividendbelasting is ontstaan doordat in 2018 een hoger dividend is uitgekeerd dan in 2017. Het verschil tussen de omzetbelasting in 2017 en 2018 is het gevolg van de inwerkingtreding van de entrepot regeling. Het verschil tussen de in 2017 en 2018 in Duitsland betaalde vennootschapsbelasting is onder meer het gevolg van de afronding van de belastingcontrole 2008-2012.