Overige data veiligheid, ketenverantwoordelijkheid en milieu

Veiligheid

Veiligheidsbewustzijn blijven stimuleren
We streven ernaar dat er geen enkel ongeval of incident plaatsvindt tijdens onze werkzaamheden. We hanteren daarom strenge regels ten aanzien van veilig en verantwoord werken. We besteden veel aandacht aan het veiligheidsbewustzijn om te bewerkstelligen dat onze medewerkers deze regels goed toepassen. We hebben een top tien van meest voorkomende risico’s tijdens onze werkzaamheden gemaakt; voor elk van deze risico’s hebben we inzichtelijk gemaakt hoe we deze het beste kunnen vermijden. Dit noemen we de Golden Rules of Safety, die altijd bij alle activiteiten en werkzaamheden moeten worden nageleefd. Deze regels zijn beschikbaar in het Nederlands, Duits, Engels, Frans, Italiaans, Spaans en Pools. De regels dragen bij aan het vergroten van het risico- en veiligheidsbewustzijn en aan het voorkomen van onveilige situaties. Ze maken duidelijk dat er grenzen zijn die niet mogen worden overschreden.

Voorkomen is beter dan genezen
We kiezen voor een proactieve benadering om ongevallen en incidenten tijdens werkzaamheden te voorkomen, zowel wat betreft onze eigen medewerkers als medewerkers van derden. Iedereen die voor ons werkt, is verplicht dit volgens wet- en regelgeving én onze aanvullende eisen te doen. Bij meldingen van ongevallen, incidenten en gevaarlijke situaties worden deze onderzocht om te bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn om vergelijkbare voorvallen in de toekomst te voorkomen. De Safe@Gasunie Experience heeft ons geïnspireerd om te onderzoeken of incidentonderzoek gebaseerd op de veiligheidsbuffer uit de Experience bijdraagt aan een betere analyse en gedragen verbetermaatregelen uit een incidentonderzoek.
We besteden veel aandacht aan het creëren van een gezonde en veilige werkplek, zowel op kantoor als in het veld. In onze instructies hebben we daarvoor voorschriften opgenomen. Die hebben bijvoorbeeld betrekking op arbeidsplaatsen voor kantoorpersoneel die ergonomisch verantwoord zijn en het handelen door medewerkers in het veld.

Procedures en naleving
De procedures en instructies in relatie tot het uitvoeren van werkzaamheden aan het gasvoerende systeem (gasklussen) worden geoptimaliseerd ten aanzien van werkbaarheid, begrijpelijkheid en onderlinge consistentie. Gasklussen zijn werkzaamheden met een hoog risicoprofiel die moeten worden beheerst door een heldere en strakke uitvoering van de werkzaamheden. Na deze verbeterslag rondom de gasklussen zal worden bepaald welke procedures en instructies voor andere werkzaamheden, op basis van risico, worden geoptimaliseerd.

Europese benchmark leidingincidenten (EGIG)
Europese gastransportbedrijven registreren hun leidingincidenten op eenzelfde manier, waardoor de prestaties onderling goed te vergelijken zijn. De registratie vindt plaats binnen de European Gas Pipeline Incident data Group (EGIG), waar zowel leidinglengtes als leidingincidenten met gasuitstroom worden geregistreerd. Met deze gegevens wordt een zogenoemde faalfrequentie bepaald. Dit is de frequentie (per 1.000 km per jaar) van leidingincidenten met gasuitstroom door onder andere graafwerkzaamheden, corrosie, constructiefouten en materiaalfouten. Ten aanzien van leidingincidenten met gasuitstroom scoren wij iets beter dan het Europese gemiddelde. De laatste jaren zijn de prestaties in de sector steeds verder verbeterd. De gemiddelde score komt voor Gasunie in 2018 rond de 0,11 incidenten per 1.000 kilometer per jaar uit.

* Het EGIG-gemiddelde van het jaar 2018 was nog niet bekend op het moment van het uitkomen van dit verslag

Grafiek: 5 jaar voortschrijdend gemiddelde van de faalfrequentie.

Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E)

In 2018 zijn we gestart met het uitvoeren van acties in het Plan van Aanpak uit de RI&E 2017, zoals de nadere inventarisatie van de risico’s van blootstelling aan gevaarlijke stoffen en elektromagnetische velden, meer aandacht voor PsychoSociale Arbeidsbelasting (PSA) als onderdeel van het integraal gezondheidsbeleid en het inrichten van een op de risico’s van de functie gebaseerd Periodiek ArbeidsGezondheidskundig Onderzoek (PAGO).

Arbeidshygiëne

Bij het transporteren van aardgas en aanverwante werkzaamheden kunnen medewerkers blootgesteld worden aan gevaarlijke stoffen. Daar gaan we zorgvuldig mee om. Sommige stoffen komen (van nature) voor in het gastransportsysteem, sommige worden gebruikt bij onderhoudswerkzaamheden en andere bij facilitaire werkzaamheden op bijvoorbeeld onze kantoren. De gevaarlijke stoffen die we gebruiken staan geregistreerd in een centrale database (Toxic). Op basis van de activiteiten die in 2017 zijn gestart om het gebruik van gevaarlijke stoffen te reduceren, is in 2018 het gebruik van 182 gevaarlijke stoffen beëindigd, waarvan 68 stoffen die als CMR (Carcinogeen, Mutageen en Reprotoxisch) gekwalificeerd waren.

In 2018 zijn diverse metingen uitgevoerd naar blootstelling aan geluid, Elektro Magnetische Velden (EMV) en blauwzuurgas (afkomstig uit mijnstof). Naar aanleiding van deze metingen is een aantal verbeteringen voorgesteld om de blootstelling te beperken. Voor geluid in gasontvangstations zijn aanbevelingen gedaan met betrekking tot het uitvoeren van onderhoud, voor de aardgasbussen om deze te isoleren. Voor EMV moet er aandacht komen voor bewustzijn over de risico’s die mensen met pacemakers lopen. De resultaten van de metingen aan blauwzuurgas geven geen aanleiding om de huidige instructie te wijzigen.

In 2018 is een aanvullend pakket persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) vastgesteld. PBM’s die niet op deze lijst staan mogen pas worden aangeschaft na beoordeling door de afdeling Veiligheid. Daarnaast is naar aanleiding van een uitgebreid onderzoek naar de blootstelling aan kwik- en benzeendampen besloten om verse luchtkappen te gaan gebruiken in plaats van een volgelaatsmasker. Deze vergroten het gebruiksgemak en bieden een betere beschermingsfactor. Deze zijn eind 2018 geleverd aan Gasunie.

Ongevallen in 2018

Het aantal reportable ongevallen steeg in 2018 ten opzichte van 2017 van 16 naar 17. In het hoofdstuk Resultaten Veiligheid wordt dit nader toegelicht. Hieronder is het overzicht weergegeven van het aantal ongevallen dat plaatsvond bij Gasunie-medewerkers en bij onze aannemers tijdens werkzaamheden voor Gasunie.

  2017
NL
2017
DU
2017
totaal
2018
NL
2018
DU
2018
totaal
Aantal reportable ongevallen*            
             
Reportable ongevallen met verzuim            
- Gasunie-medewerkers 1 1 2 2 2 4
- Derden 4 1 5 3 0 3
Reportable ongevallen zonder verzuim            
- Gasunie-medewerkers 4 0 4 3 2 5
- Derden 5 0 5 5 0 5
Totaal reportable ongevallen 14 2 16 13 4 17
             
             
Frequentie-index reportable ongevallen            
(aantal ongevallen per 1 miljoen werkuren)            
             
Reportable ongevallen met verzuim            
- Gasunie-medewerkers 0,4 2,5 0,7 0,8 5,2 1,4
- Derden 2,1 4,8 2,4 1,5 0,0 1,4
Reportable ongevallen zonder verzuim            
- Gasunie-medewerkers 1,6 0,0 1,4 1,2 5,2 1,7
- Derden 2,6 0,0 2,4 2,5 0,0 2,3
Total frequentie-index 3,2 3,3 3,2 2,9 6,7 3,4

* Op dit moment kan Gasunie geen uitsplitsing per geslacht geven voor de gezondheids- en veiligheidsgegevens, omdat geslacht niet kwantitatief wordt geregistreerd in ons meldingssysteem Accident.

Te melden ongevallen bevatten de volgende  categorieën:

Dodelijke ongelukken
Dit is een ongeval met een dodelijk einde. In 2018 waren er geen werkgerelateerde sterfgevallen, zowel voor werknemers van Gasunie als externe medewerkers.

Reportables met verzuim
Een ongeval gepaard gaande met verwondingen waarbij de betrokken benadeelde het werk niet binnen 1 werkdag (24 uur) hervatte en waarbij het geen ongeval met ander werk betreft.

Reportables zonder verzuim
Een ongeval gepaard gaande met een medische handeling of verwondingen waarbij de medewerker binnen 24 uur in staat is om vervangend werk uit te voeren.

CO₂–emissies volgens het GHG Protocol

We rapporteren volgens de standaard van het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol). Dit protocol voor broeikasgassen onderscheidt verschillende groepen (scopes), gerangschikt naar herkomst van het broeikasgas.

Emissiebron 2014 2015 2016 2017 2018
(in kiloton CO2-equivalenten)          
           
Lease- en dienstauto's 3 4 5 4 4
Gasverbruik gebouwen 1 2 2 2 2
Methaan (Netwerkverliezen) 210 195 181 124 129
SF6 - - - - -
Gasverbruik installaties 165 142 119 124 119
Noodaggregaten - - - 0 0
Koelmiddelen - - - 6 1
Totaal scope 1 379 343 307 260 255
           
Warmtegebruik gebouwen - - - - -
Elektriciteitsverbruik gebouwen 3 3 4 3 2
Elektriciteitsverbruik installaties 161 236 313 267 163
Totaal scope 2 164 239 317 270 165
           
Dienst-, vlieg- en treinreizen 1 1 1 1 1
Woon-/werkverkeer 1 1 1 2 1
Inkoop N2 3 78 113 112 108
Totaal scope 3 5 80 115 115 110
           
Totaal netto scope 1 + 2 + 3 548 662 739 645 530
           
Vergroening door GvO's     78 247 358
Totaal bruto scope 1 + 2 + 3 548 662 817 892 888

Gasunie vergroent een deel van de ingekochte elektriciteit. In de tabel zijn zowel bruto als netto CO2-equivalenten vermeld. Bruto CO2-equivalenten zijn niet gecorrigeerd voor groen ingekochte elektriciteit (GvO= Garanties van Oorsprong).

Scope 1
Hieronder vallen alle emissies die direct het gevolg zijn van onze eigen activiteiten, zoals de CO2-uitstoot van gasgestookte compressoren en motoren die voor de compressie worden ingezet, eigen gasverbruik voor verwarming van gebouwen en eigen gasverbruik voor de verwarmingsketels op gasontvangstations. In deze categorie worden ook de CO2-equivalenten door methaanuitstoot meegenomen. Binnen deze categorie valt ook de emissie van fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) die worden gebruikt bij koelingsprocessen.

Scope 2
Onder scope 2 vallen de indirecte emissies van de energie die is ingekocht, bijvoorbeeld van een elektriciteitsbedrijf. Voor ons bedrijf worden deze scope 2 CO2-equivalenten met name bepaald door het gebruik van elektriciteit voor onze elektrische compressoren en voor de productie van stikstof. Ook de elektriciteit die we verbruiken op onze kantoren en installatiegebouwen valt binnen deze categorie.

Scope 3
Hieronder vallen alle overige indirecte emissies die het gevolg zijn van onze bedrijfsactiviteiten, bijvoorbeeld emissies als gevolg van autorijden, vliegreizen en treinreizen en ook de benodigde energie voor de productie van de door ons ingekochte stikstof.

Van verbruik naar CO₂-equivalenten

In onderstaande tabel geven wij van de grootste emissiebronnen de berekening van de CO2-equivalenten voor 2018 weer, uitgesplitst naar Nederland en Duitsland. De conversiefactor voor het elektriciteitsverbruik is gebaseerd op de opgave van de energieleverancier (brandstofmix 2017). De conversiefactor voor de netwerkverliezen is ontleend aan het IPCC Fourth Assessment Report 'Climate Change 2007' (Direct Global Warming Potential, Methaan, tijdshorizon 100 jaar).

Van verbruik
naar CO2-equivalenten
Eenheid Verbruik   CO2-equivalenten Vergroend met kiloton CO2-equivalenten (netto scope)  
    NL DU conversie factor certificaten NL DU
               
Scope 1              
Netwerkverliezen ton methaan  4 712   470  25 kg CO2/kg CH4 0%  117,8   11,7 
Gasverbruik gebouwen en installaties mln m3 methaan  50   22  circa 1,8 kg CO2/m3 0%  90,4   30,3 
Mobiliteit (eigen) brandstof          3,8   0,1 
Overig            0,7  -
Subtotaal            212,7   42,1 
               
Scope 2              
Elektriciteitsverbruik NL GTS / Deelneming miljoen kWh 645/116   0,56/0,44 kg CO2/KWh 60% 144,4/20,5  
Elektriciteitsverbruik DU miljoen kWh    8  0 kg CO2/KWh 100%   0
Subtotaal           144,4/20,5 -
               
Scope 3              
Inkoop N2 miljoen kWh 391 - 0,56 kg CO2/KWh 50,5%  108,4   
Mobiliteit (derden) brandstof       17%  1,9   0,2 
Subtotaal            110,3   0,2 
               
Scope 1+2+3            487,9   42,3 

NOₓ-emissies

Onze NOx-emissies over de afgelopen 5 jaar zijn als volgt:

NOx-emissies 2014 2015 2016 2017 2018
(in ton)          
Nederland  130   89   70   83   95 
Duitsland  40   47   29   29   29 
           
Totaal  170   136   99   112   124 

Onze NOx-emissies zijn de afgelopen jaren t/m 2016 afgenomen. Deze afname komt doordat elektrisch aangedreven compressoren worden ingezet in plaats van gas gedreven compressoren. In 2018 is de NOx-emissie ten opzichte van 2017 toegenomen door de inzet van compressorstation Spijk. Compressorstation Spijk is meer ingezet vanwege de verlaagde productie uit het Groningenveld.

Aardgasverbruik

Ons aardgasverbruik over de afgelopen 5 jaar ziet er als volgt uit:

Aardgasverbruik 2014 2015 2016 2017 2018
(in miljoenen m3)          
Nederland  67,1   51,3   50,4   53,1   49,7 
Duitsland  27,8   31,2   23,5   22,1   21,5 
           
Totaal  94,9   82,5   73,9   75,2   71,2 

Ons aardgasverbruik is met name afhankelijk van de vraag naar aardgas en de weersomstandigheden gedurende het jaar. Opvallend is dat het aardgasverbruik de afgelopen jaren is afgenomen. Deze afname is mede te verklaren door de toegenomen inzet van elektrisch aangedreven compressoren.

Elektriciteitsverbruik

Ons elektriciteitsverbruik over de afgelopen 5 jaar ziet er als volgt uit:

Elektriciteitsverbruik 2014 2015 2016 2017 2018
(in miljoenen kWh)          
Nederland  431,3   548,9   685,9   690,2   763,9 
Duitsland  5,8   6,9   7,3   7,5   8,5 
           
Totaal  437,1   555,8   693,2   697,7   772,4 

Ons elektriciteitsverbruik is afhankelijk van de inzet van onze elektrisch aangedreven compressoren en de benodigde energie voor de productie van stikstof. Een klein deel van het elektriciteitsverbruik is benodigd binnen onze kantoren. In 2018 is er ten opzichte van 2017 ca. 10% meer elektriciteit verbruikt. Dit hoger verbruik wordt veroorzaakt door de elektrisch aangedreven compressoren en door de benodigde energie voor de productie van stikstof.

Milieuafwijkingen

We houden een administratie bij van milieuafwijkingen om hiervan te leren en daar waar mogelijk adequaat actie te kunnen ondernemen om milieuschade in de toekomst te beperken. Het aantal gemelde milieuafwijkingen voor Gasunie Nederland en Duitsland is:

Milieuafwijkingen 2017 2018
     
Afwijking van wet- en regelgeving - -
Afwijking milieuzorgsysteem - -
Milieu-incidenten 54 61
Milieuklachten 103 133
     
Totaal  157   194 

De 194 milieuafwijkingen bestaan uit 61 milieuincidenten en 133 milieuklachten gemeld door derden. Van deze milieuklachten zijn:

  • 12 klachten waarbij Gasunie niet betrokken is. Het gaat hier meestal om leidingen van bedrijven die direct op het netwerk van Gasunie zijn aangesloten;
  • 18 klachten waarbij door onszelf geen afwijking is geconstateerd.

De milieuafwijkingen bestaan voor het overgrote deel uit meldingen van derden over gaslucht of kleine lekkages.

Significante boetes milieu wet- en regelgeving

Gasunie heeft in 2018 twee boetes ontvangen en betaald, ad € 18.143. Het betreft hier boetes opgelegd door de Nederlandse Emissieautoriteit (Nea) voor het niet tijdig indienen van gegevens over de CO2-emissiehandel bij de Nea over het jaar 2015.

Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI)

Onder MVI wordt bij Gasunie verstaan dat de -door een organisatie aangeschafte- producten of diensten de laagst mogelijke negatieve en de meest positieve impact hebben op het gebied van milieu, sociale en economische aspecten.
MVI adresseert vragen over een duurzame leveringsketen: Wat speelt er bij onze toeleveranciers? Waar komen onze grondstoffen vandaan? Wie vervaardigt onze producten en hoe?

Deze ketenverantwoordelijkheid richt zich op de (internationale) leverketen. Onderdeel van aanbesteden en contractmanagement is te bepalen op welke wijze de MVI-doelstellingen worden nagestreefd. Dit kan op velerlei manieren en zal per goederencategorie groep sterk verschillen. Het overkoepelende thema van MVI bij Gasunie is daarom Ketenverantwoordelijkheid.

Om het begrip ketenverantwoordelijkheid in te vullen zijn binnen Gasunie de volgende drie MVI-thema’s gedefinieerd waarop ingekochte producten en/of diensten worden beoordeeld:

  1. Milieu- en energie aspecten bij derden
    Hieronder valt bijvoorbeeld het energieverbruik bij de productie van een product, maar ook de milieubelasting (CO2-uitstoot, aantasting en verontreiniging bodem/water/lucht, waterverbruik, etc.). Bij de inkoop van producten en diensten kunnen aanbestedingsinstrumenten zoals de CO2 prestatieladder gebruikt worden om toeleveranciers van producten en diensten te beoordelen op de energieverbruik en milieubelasting.
     
  2. Sociale aspecten
    Bij sociale aspecten kunnen we zowel social return (meer werkgelegenheid te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt) als sociale voorwaarden (mensenrechten, goede arbeidsomstandigheden en een leefbaar loon) benoemen. Om meer werkgelegenheid te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen inkopers, bij het verstrekken van opdrachten, de opdrachtnemer stimuleren/verplichten om kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt te betrekken bij de uitvoering van een opdracht (invulling participatiewet).
     
  3. Circulariteit en recycling
    In een circulaire economie wordt verspilling van grondstoffen tegengegaan door de herbruikbaarheid van producten en materialen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren. De essentie van een circulaire economie is waarde behoud, zowel de ecologische waarde (geen verspilling van grondstoffen) maar ook de financiële waarde (terugdringen verlies).

De afdeling inkoop borgt dat de producten en diensten die worden afgenomen hoogwaardig herbruikbaar zijn door hierover afspraken te maken met de leverancier. Cruciaal hierbij is het waarde behoud van de producten en materialen. Door proactief om te gaan met situaties wanneer technische levensduur de economische overschrijdt door bijvoorbeeld voor te sorteren op een eventueel tweede leven van assets kan waardevernietiging worden tegen gegaan. Doelstelling is zo min mogelijk afval te produceren bij einde levensduur en zo veel mogelijk her te gebruiken.

Uitgangspunt bij MVI is dat we aansluiten bij onze strategie en het MVO-beleid. Een concreet voorbeeld hiervan is dat we voor 2018 60% van ons elektriciteitsgebruik groen hebben ingekocht. In stappen van 20% groeien we door naar 100% in 2020. Onze ambitie is om met onze inspanningen een vergelijkbaar niveau te handhaven als dat van andere TSO’s in Europa.