Gasinfrastructuur helpt energietransitie te versnellen

Twee memorabele gebeurtenissen in de eerste maanden van 2018 versnelden het begin van een veranderende rol voor aardgas in Nederland. De aardbeving bij Zeerijp op 8 januari heeft geleid tot een fundamentele herbezinning over de aardgaswinning in Groningen. Vervolgens heeft het kabinet op 23 februari 2018 het startschot gegeven voor een nieuw Klimaatakkoord. Dit akkoord is een eerste aanzet om te komen tot de afgesproken vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland maar mist nog de nodige samenhang en financiële onderbouwing om tot een breed gedragen systematische aanpak van dit probleem te komen.

Steun bij vermindering gaswinning Groningen

Wij zetten ons via onze dochter Gasunie Transport Services (GTS) maximaal in om de gaswinning in Groningen te helpen verminderen. Sinds oktober is de taak tot het doen van kwaliteitsconversie voor GTS uitgebreid met de wijziging van de gaswet betreffende het minimaliseren van de gaswinning uit Groningen. Hiervoor zijn verschillende analyses en studies uitgevoerd. GTS heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) geadviseerd hoe de gaswinning in Groningen vanuit het oogpunt van leveringszekerheid zo snel mogelijk omlaag kan worden gebracht tot, in eerste instantie, 12 miljard m3 per jaar om vervolgens de gaswinning daar helemaal te kunnen beëindigen. Dit leidt er toe dat aardgas uit andere bronnen de rol van het Groningengas moet overnemen.

In Nederland gebruiken huishoudens en het overgrote deel van de bedrijven laagcalorisch gas, het type gas dat uit Groningen komt. Door het mengen met stikstof kan aardgas uit andere bronnen geschikt worden gemaakt om de rol van Groningengas over te nemen. Dankzij de gasrotonde kan Nederland dit gas uit het buitenland halen. Hetzij via pijpleidingen, hetzij per schip in de vorm van LNG. Een belangrijke maatregel is de bouw van een nieuwe stikstofinstallatie bij Zuidbroek. De eerste werkzaamheden voor de bouw zijn inmiddels in het vierde kwartaal van 2018 gestart en we streven ernaar om de installatie begin 2022 in gebruik te nemen. Als de installatie begin 2022 in bedrijf wordt genomen, maakt het een reductie van ongeveer 7 miljard m3 gas uit het Groningenveld mogelijk, waardoor de doelstelling van de minister om de Groningenproductie te beperken tot maximaal 12 miljard m3 al in 2022 kan worden bereikt  Een andere maatregel is het inkopen van extra stikstof door GTS. In november heeft GTS de minister een update gegeven van de voortgang van deze en andere maatregelen. Voor het behalen van de planning is het noodzakelijk de negen grootste verbruikers voor oktober 2022 van het laagcalorisch gas af te schakelen. Sinds oktober is de taak tot het doen van kwaliteitsconversie voor GTS uitgebreid met de wijziging van de gaswet betreffende het minimaliseren van de gaswinning uit Groningen.

Klimaatakkoord

Samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden zijn aan verschillende Klimaattafels afspraken gemaakt en uitgewerkt in concrete programma’s. Ook wij hebben hieraan actief bijgedragen. Wij hebben onze visie en voorstellen ingebracht in de Elektriciteitstafel en in enkele sub-tafels, zoals die voor de industrie, systeemintegratie, duurzame warmte en voor waterstof. Het eind 2018 in ontwerp gepubliceerde Klimaatakkoord wordt in de eerste maanden van 2019 doorberekend op de haalbaarheid voor zowel kosten als CO2-reductie.

Willen we de doelen uit Parijs halen, dan zal de energietransitie in de hoogste versnelling moeten gaan draaien. Het is cruciaal dat men zich realiseert dat de keuzes die we maken om de doelstellingen voor 2030 te bereiken ook moeten bijdragen aan de doelstellingen voor 2050. De transitie moet niet alleen leiden tot de opwek en het gebruik van meer duurzame energie; zij moet tegelijkertijd blijven zorgen voor een betaalbare en betrouwbare energievoorziening. Dit vraagt om een flexibel systeem waarin energietransport en -opslag van groot belang zijn om de verschillen tussen vraag en aanbod in tijd, locatie en energiesoort op te kunnen vangen. Een van de conclusies in het Nederlandse concept-Klimaatakkoord is dat energie-infrastructuur hierbij een sleutelrol speelt. Hoe meer we gebruikmaken van de bestaande infrastructuur, hoe sneller de energietransitie kan plaatsvinden en hoe beter de kosten hiervan kunnen worden beheerst. Door de energiesystemen voor elektriciteit, gas, warmte en in de toekomst ook waterstof met elkaar te integreren, creëren we bovendien nieuwe oplossingen.

Samen met TenneT hebben we in de Infrastrucuture Outlook 2050 in kaart gebracht hoe het toekomstige energiesysteem vormgegeven moet worden. Omdat energie per definitie grensoverschrijdend is, hebben we deze Outlook voor zowel Nederland als Duitsland gemaakt. Om de betrouwbaarheid van het energiesysteem te borgen, is een nauwe samenwerking tussen de infrastructuren voor gas en elektriciteit nodig. Alleen door de twee systemen meer te integreren kunnen de groeiende schommelingen in de productie van zonne- en windenergie worden opgevangen.

Het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden hebben aan verschillende Klimaattafels afspraken gemaakt en uitgewerkt in concrete programma’s. Ook wij hebben hieraan actief bijgedragen. Wij hebben onze visie en voorstellen ingebracht in de Elektriciteitstafel en in enkele sub-tafels, zoals die voor de industrie, systeemintegratie, duurzame warmte en voor waterstof. Het eind 2018 in ontwerp gepubliceerde Klimaatakkoord wordt in de eerste maanden van 2019 doorberekend op de haalbaarheid voor zowel kosten als CO2-reductie.

Van aardgas naar hernieuwbare gassen

Gas blijft nodig
Met de huidige inzichten is de verwachting dat aardgas nog decennia lang een belangrijke rol zal spelen in de  transitiefase. Het vervangen van meer vervuilende fossiele brandstoffen, zoals olie en kolen, door aardgas levert direct klimaatwinst op. Gascentrales stoten circa 50% minder COuit dan kolencentrales. Voor de transportsector is vloeibaar aardgas (LNG) een schoner alternatief. We nemen deel in de voorgenomen bouw van een LNG-terminal bij Hamburg. Een nieuwe terminal kan een strategische bijdrage leveren aan de diversificatie van de Duitse energievoorziening en daarmee ook voor Nederland en andere West Europese landen. Aardgas is een 50% minder vervuilend alternatief voor (bruin)kolen, die in Duitsland net als kernenergie uitgefaseerd worden en vormt een onmisbare schakel in de energietransitie.

Het gebruik van aardgas zal richting 2050 wel afnemen maar gas blijft nodig. Dit zal in toenemende mate hernieuwbaar gas zijn. Door de EU is berekend dat in 2050 maximaal 40% van onze energievoorziening uit duurzame elektriciteit (elektronen) zal kunnen bestaan, een verdubbeling van het huidige elektriciteitsverbruik. Dat betekent dat 60% nog in de vorm van duurzame moleculen beschikbaar moet zijn. Wij zetten onze kennis, ervaring en infrastructuur graag in om deze moleculen te transporteren en op te slaan. Hiervoor is onder andere nieuwe kennis nodig en de ontwikkeling en opschaling van nieuwe technologieën. Om die reden nemen wij deel in diverse projecten en proeftuinen op het gebied van groen gas, CCUS en waterstof, met als doel de uitstoot van CO2 te helpen verminderen. Daarnaast zijn we betrokken bij de ontwikkeling van grootschalige warmtenetten om een deel van de industrie en gebouwen van warmte te gaan voorzien.

Waterstof
In de nieuwe energievoorziening zal een belangrijke rol zijn weggelegd voor waterstof. Wij hebben plannen klaar liggen om 2030 een waterstofnetwerk gereed te hebben dat de vijf grote industriële clusters in Nederland met elkaar verbindt en dat tevens een verbinding heeft met Duitsland. Deze waterstof backbone kan grotendeels via bestaande, vrijgespeelde  aardgasleidingen worden gerealiseerd. Eind 2018 hebben we in Zeeland de  eerste voormalige aardgasleiding in gebruik genomen als waterstofleiding.
Ook is onze dochter HyStock in 2018 gestart bij het Groningse Zuidwending met de realisatie van de eerste Nederlandse elektrolyser met een vermogen van 1 MW. Op kleine schaal maken we hier een begin met het inzetten van duurzaam geproduceerde waterstof als brandstof voor mobiliteit en grondstof voor de industrie. In de toekomst willen we hier in cavernes groene waterstof gaan opslaan. Om de grootschalige ontwikkeling van waterstof mogelijk te maken, is het noodzakelijk dat de verschillende partijen binnen deze keten met elkaar samenwerken. Zo werken we momenteel aan concrete plannen voor opschaling van de elektrolysecapaciteit in Nederland en Duitsland. In Noord-Nederland onder andere samen met Engie en met Nouryon en in Duitsland met TenneT en Thyssengas.

Groen gas
De discussie over de inzet van groen gas kwam moeizaam op gang. Deze richtte zich vooral op de vraag of er voldoende biomassa beschikbaar is. Inmiddels wordt groen gas door de Klimaattafels gezien als een serieuze optie. Wij zien in diverse Nederlandse studies dat het potentieel voor groen gas substantieel is. In 2023 kan er 1 miljard m3 beschikbaar zijn en in 2030 3 miljard m3. Met 1 miljard m3 kunnen ca. 2 miljoen huishoudens verwarmd worden in combinatie met een hybride warmtepomp. Tezamen met eenvoudige isolatie kunnen woningen met een gasaansluiting hiermee tegen relatief geringe kosten CO2-neutraal gemaakt worden.
In 2018 zijn we samen met Enexis gestart met de aanleg van de eerste groen gas booster. Door zo’n booster wordt de druk van het gas verhoogd waardoor groen gas vanuit het regionale net ingevoed kan worden in het landelijk net. Hiermee zijn we in staat om het grote regionale aanbod te verbinden met de landelijke vraag naar groen gas. Om de productie van groen gas verder te verhogen zijn innovatieve technieken nodig. Samen met SCW bouwen we in Alkmaar een demo-installatie waar natte biomassa als mest en rioolslib kan worden vergast tot groen gas en waterstof. Wij realiseren daarbij de installaties en bijbehorende leidingen. Naar verwachting kunnen drie van zulke fabrieken in 2023 maar liefst 500 miljoen m3 groen gas produceren.

Gasunie in transitie

Als bedrijf bereiden we ons voor op een nieuwe rol in de toekomstige, CO2-neutrale energievoorziening. We zetten ons in om onze organisatie naar onze verwachting flexibeler en wendbaarder te maken. Door te werken aan nieuwe projecten zetten we goede stappen op het gebied van de energietransitie. Deze vergen nu al wel de nodige inspanningen, maar zullen de eerstvolgende jaren nog niet leiden tot omvangrijke nieuwe activiteiten in het bouwen, opereren en onderhouden van systemen. Tegelijkertijd willen we het gastransport zo efficiënt mogelijk blijven uitvoeren. Wij hebben sinds 2016 ons beleid ten aanzien van beheer en onderhoud van onze infrastructuur verder aangepast. Dat is nu risicogebaseerd waarbij we ons richten op het behalen van onze veiligheids- en betrouwbaarheidsdoelstellingen met een zo efficiënt mogelijk inzet van onze middelen. Dit geldt ook voor ons programma voor het renoveren en vervangen van installaties en leidingonderdelen. Digitalisering en robotisering zullen ook leiden tot een andere invulling van taken en functies. Het gevolg van deze ontwikkelingen is dat we ons werk de komende jaren met minder mensen kunnen doen.

We zijn al een aantal jaren samen met de ondernemingsraad, vakbonden en medewerkers in gesprek om de duurzame inzetbaarheid van onze eigen medewerkers en hun  eigen regie daarop te vergroten. We zien tegelijkertijd, zoals hierboven omschreven, dat de afname van werkzaamheden sneller gaat dan verwacht. Onze verwachting is dat we in 2023 minder mensen in vaste dienst nodig hebben (tot 300 mensen). We hebben met de vakbonden en ondernemingsraad afgesproken dat we de transitie van Gasunie tot en met 2019 zonder gedwongen ontslagen gestalte willen geven. Mede om die reden hebben wij een vrijwillige vertrekregeling opgesteld, voor medewerkers die langer dan tien jaar in dienst zijn, en hebben deze op 1 december 2018 opengesteld voor maximaal 15% van de medewerkers. Het maximum aantal deelnemers van 240 is eind januari 2019 bereikt. Deze collega's zullen Gasunie grotendeels in het eerste kwartaal van 2019 verlaten.

Tevens hebben wij alle medewerkers de mogelijkheid geboden enkele arbeidsvoorwaardelijke regelingen af te kopen. Dit teneinde de mobiliteit van medewerkers te vergroten. Uiteindelijk heeft 95% van degenen die een aanbod hebben gehad, gekozen voor de afkoop.

Solide resultaten

In 2018 hebben we bijna 100% transportzekerheid kunnen realiseren. Er heeft 1 korte onderbreking plaatsgevonden. De hoeveelheid gas die we voor onze klanten hebben getransporteerd door ons Nederlandse en Duitse gasnetwerk was 6,3% lager dan in 2017. Om de verminderde productie van Groningengas op te vangen, hebben we door onder andere het bijmengen met stikstof in 2018 een recordhoeveelheid hoogcalorisch gas geschikt gemaakt voor gebruik door huishoudens en bedrijven in vergelijking met het jaar ervoor. We zagen hier een stijging met 12%, van 25,8 miljard m3 in 2017 naar 28,9 miljard m3 in 2018. De trend van de afgelopen jaren met verbeterde veiligheidsprestaties hebben we in 2018 helaas niet kunnen vasthouden. Onze veiligheidsresultaten zijn dit jaar enigszins verslechterd, met name door toename van incidenten buiten het primaire proces. Dit zien we onder andere terug in de toename van het aantal te rapporteren ongevallen per miljoen gewerkte uren.

Ons resultaat na belastingen is toegenomen met € 68 miljoen ten opzichte van vorig jaar. Deze toename van het resultaat is grotendeels het gevolg van een wijziging ten aanzien van het belastingtarief voor vennootschapsbelasting in 2020 en 2021 (€ 75 miljoen). Genormaliseerd, dus exclusief de bijzondere waardeverminderingen in 2017, de vrijwillige vertrekregeling en afkoop van een aantal arbeidsvoorwaarden in 2018 en de aanpassing van het belastingtarief neemt het resultaat na belasting af met € 57 miljoen. Dit lagere resultaat is grotendeels het gevolg van de hogere energiekosten (met name stikstof) voor het gastransport (€ 22 miljoen) en de voorziening voor dubieuze debiteuren (€ 16 miljoen).

Gashandel op TTF
Na een daling in 2017 zien we in 2018 weer een toename in de Europese gashandel. De Nederlandse virtuele gashandelsplaats TTF droeg daar significant aan bij en boekte recordvolumes van 27.170 TWh. In 2018 vond 57% van de Europese gashandel op TTF plaats. TTF handhaaft daarmee zijn positie als grootste en meest liquide ‘hub’ van Europa. De liquiditeit van de Noordwest-Europese gasmarkt is van toenemend belang voor Nederland om het verlagen van de gaswinning in Groningen op te kunnen vangen met gas uit andere landen. Om die positie verder te versterken, bestuderen we momenteel de mogelijkheden voor marktintegratie in Noordwest-Europa.

Wijzigingen Raad van Commissarissen

Op 6 juli 2018 is de heer Ate Visser toegetreden tot onze Raad van Commissarissen als opvolger van de heer Jean Vermeire. Per maart 2019 bereikt mevrouw Jolanda Poots-Bijl het einde van haar tweede termijn en treedt af. Wij zijn haar bijzonder erkentelijk voor haar deskundige toezicht en adviezen in de afgelopen jaren.

Dankwoord

In het uitvoeren van onze activiteiten en het realiseren van onze doelen is de inzet van onze medewerkers onmisbaar. Dankzij hen hebben we ook in 2018 veilig en betrouwbaar gastransport gerealiseerd en nieuwe stappen kunnen zetten in het creëren van netwerken voor verduurzaming. Wij danken alle collega’s voor hun bijdrage in 2018. In het eerste kwartaal van 2019 hebben we afscheid genomen van 240 collega's. Dat is een bijzondere situatie voor ons allen. We wensen de vertrokken medewerkers veel succes toe in hun carrière buiten Gasunie en spreken ons volste vertrouwen uit in de collega's met wie we de organisatie toekomstbestendig gaan vormgeven.

Ten slotte past hier een woord van dank aan onze klanten en partners. Wij zetten de goede en prettige samenwerking de komende jaren graag voort.


Groningen, 26 februari 2019
 

Han Fennema
Bart Jan Hoevers
René Oudejans
Ulco Vermeulen